BAS betekent: “Bouwen aan een Adaptieve School”en is gericht op veranderingen in het onderwijs, uitgaande van onze eigen schoolsituatie.
In het project staan 4 vragen centraal:
1. Wat kan de school doen om de doeltreffendheid van het onderwijsproces te verbeteren? Dus wat kun je doen om meer uit je onderwijs te halen?(Effectiviteit)
2. Hoe kan de school omgaan met verschillen in de groep?(Differentiatie)
3. Op welke manier kan de differentiatie worden georganiseerd?(Organisatie)
4. Hoe kunnen kinderen zelf actief betrokken worden bij het onderwijs?(Zelfsturing)
Binnen het BAS-project zijn 7 zgn. bouwstenen die helpen om de nieuwe stappen in de school te kunnen realiseren.
Een korte toelichting bij elke bouwsteen:
1.Structuur:werken aan een goede structuur is belangrijk. Structuur heeft daarbij betrekking op zowel de inrichting van de ruimtes in de school als het handelen van de leerkrachten en de lesplanning. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen zich positiever gaan gedragen als ze zich in een veilige en toegankelijke leerruimte bevinden.
Met structuur in het handelen van leerkrachten wordt bedoeld dat kinderen inzicht krijgen in de werkwijze van de leerkracht. Kinderen moeten weten op welk moment instructie wordt gegeven, de momenten van zelfstandig werken, de momenten waarop door de leerkracht hulp wordt geboden. Leerlingen werken daardoor rustiger en uiteindelijk krijgen leerkrachten meer tijd beschikbaar om individuele kinderen te helpen.
2.Interactie:De kwaliteit van de interactie (d.w.z. de communicatie ) tussen leerkrachten en leerlingen vergroten. Wanneer b.v. kinderen hun emoties goed kunnen verwerken, zal het zelfvertrouwen toenemen en ook het vertrouwen in anderen. Het gaat bij dit punt o.a. ook om hóe je het werk van kinderen beoordeelt, hóe je kinderen helpt.
3.Zelfstandige leerhouding: De houding van kinderen wordt positief beïnvloed wanneer kinderen zich actief bezig mogen houden met hun eigen leerproces. M.a.w.: de kinderen worden meer betrokken bij hun werk, hebben meer invloed op de inhoud van de leerstof. Met als gevolg dat de leerkracht de leerling betere kan aanspreken op zijn/haar eigen verantwoordelijkheid. Hiermee vergroot en stimuleer je de zelfstandigheid van de kinderen.
4.Instructie: Het gaat hierbij om de inhoud en organisatie van het instructieproces. Zaken als: het werken met een instructietafel, voorinstructie, leren met een maatje, het gebruik van de computer komen hierbij om de hoek kijken.
5.Coöperatief leren:Wanneer kinderen samenwerken kan dit een positief effect hebben op hun zelfvertrouwen en leermotivatie. Binnen het BAS-project zal dit ook aan de orde komen.
6.Teamleren: We kunnen als leerkrachten onze kennis en ervaringen delen. Daar zullen we zeker gebruik van maken.
7.Planningssysteem: Heel concreet gaat het hierbij om hoe je je groepsmap inricht, hoe de leerlingdossiers eruit zien, hoe je je leerlingbesprekingen houdt.
Het BAS-project is een proces. Als team maken we keuzes, het hoeft niet in 1 jaar klaar te zijn. De werkwijze ligt besloten in de formule: “Ga op weg, het maakt de kans aan te komen aanmerkelijk groter”.
Wat hebben we gedaan?
Allereerst hebben we geformuleerd hoe wij de ideale leerling van de
Jan Jaspersschool zien:
1.Hoe moet een leerling zich voelen:
· Veilig
· Geaccepteerd en gerespecteerd
· Competent (m.a.w.”ik kan iets, ik wil iets“)
2.Wat moet een leerling kunnen:
· Zelfstandig zijn
· Samen spelen en samen werken
· Ontplooien op eigen niveau
3.Wat moet een leerling weten:
· Regels
· Kennis - kennen (van b.v. de tafel van 4)
- kunnen (op het gebied van gedrag)
Dit is ons vertrekpunt voor de verschillende bouwstenen.
De 1e bouwsteen die we hebben afgerond is de bouwsteen “structuur” en wel het onderdeel “De voorspelbaarheid in leerkrachtgedrag”.
We hebben hierbij een vast werkschema afgesproken:
|
Taakopdracht/korte uitleg/werkverdeling |
|
Verwachtingen uitspreken:ik let speciaal op.. |
|
Eindtijd aangeven |
|
Start-ronde lopen |
|
Extra instructie bij de instructietafel/aan de lesgroep (kleuters) |
|
Hulpronde lopen |
|
Indien nodig:extra instructie aan de instructietafel/
Vervolg instructie aan de lesgroep(kleuters) |
|
Slotronde |
|
Afsluiting/terugblik op het proces en resultaat |
De 2e bouwsteen was interactie en daarbij het onderdeel:
“Basiscommunicatie en schriftelijke correctie”.
Onze afspraken hierover zijn :
1.Schriftelijke communicatie is meer dan het aanstrepen van fouten.
· We corrigeren met een andere kleur dan blauw.
· We zetten een streep onder het foute woord/getal.
· Als het werk niet goed is, krijgt de leerling informatie over de vraag welk deel moet worden verbeterd en hoe.
· Een beperkt aantal fouten wordt door de leerling verbeterd.
· Indien van belang:een letter (of cijfer) die fout geschreven wordt, erbij schrijven.
· We schrijven “gezien “erbij of plaatsen een krul.
· Kleutergroep:we zetten een x bij het foute plaatje en zoeken samen met het kind het goede antwoord.
· Het aantal fouten vermelden we niet bij inoefenlessen, wel bij dictees en toetsen.
2.Schriftelijke communicatie moet motiverend zijn.
· We houden rekening met de capaciteiten van het individu.
· We geven motiverende opmerkingen.
· De opmerkingen zijn persoonlijk (“Ik merk, dat je vooruitgaat!”).
3.Het moet de leerling duidelijk zijn wat het doel en wat de norm is van een
schriftelijke correctie en/of beoordeling.
· We geven aan waar op gelet wordt. Dit kan b.v. zijn : de netheid, de hoeveelheid werk (ik verwacht dat je minimaal 10 sommen af hebt…), de slordigheidsfouten.
· Bij stellen let je niet op spellingsfouten, maar op de stijl.
· Bij speloefeningen corrigeer/beoordeel je op wat je aan doelen hebt aangegeven.
· In de kleutergroepen wordt gelet op netheid, inzet en correct uitvoeren van de
opdrachten bij speelwerkbladen.
4.Schriftelijke communicatie moet kinderen stimuleren naar zichzelf te kijken.
· Leerlingen kijken het zelfstandig werken zelf na bij de eigen tafel of correctietafel.
· Leerlingen kijken klassikaal zelf na
· Leerlingen kijken in tweetallen na.
· Manier van verbeteren door de leerling:de fout wordt tussen stipjes gezet, het verbeterde wordt erachter geschreven.
De 3e bouwsteen was de zelfstandige leerhouding met als onderdeel “Regels en routines”.
Onze 5 basisregels zijn de volgende:
- Heb respect voor de ander
- Let op wat je zegt
- Iedereen hoort erbij
- We houden de school netjes
- Ga zorgvuldig met alle spullen om.
Een ander onderdeel van deze bouwsteen is het “Begeleid zelfstandig leren”.
We vinden als team een zelfstandige leerhouding van kinderen van groot belang.
Bij een zelfstandige leerhouding denken we aan kinderen die bijvoorbeeld hun eigen werk plannen en beoordelen. Dit bevordert de leermotivatie en het kunnen nemen van verantwoordelijkheid.
Bovendien geldt dat een zelfstandige leerhouding de leerkracht in de gelegenheid stelt kinderen apart of in een klein groepje te ondersteunen.
In de kleutergroepen gebruiken we bij “Arbeid naar keuze” en bij het “Werken in groepen” steeds meer het planbord. Het kiezen en registreren zijn hierbij belangrijke leerfuncties.
In de groepen 3, 4 en 5 breiden we de leerfuncties uit met o.a. samenwerken, zelf nakijken, oriënteren, beoordelen en plannen. De zgn. klaaropdrachten extra werk worden eveneens uitgebreid.
In de groepen 6, 7 en 8 worden de leerfuncties uitgebreid met registreren, oriënteren, evalueren, samenwerken en agenderen. Er wordt gewerkt met minimumdoelen voor langzame leerlingen en meer uitgebreide doelen voor de snelle leerlingen. Extra aandacht krijgen ook de keuzeopdrachten na de basistaak.